Mineralen komen in bronwater terecht doordat het water heel langzaam door grondlagen naar benden sijpelt. De mineralen in bronwater zijn eigenlijk heel kleine stukjes opgelost steen. De opbouw van de grond en daarmee de hele geologische geschiedenis van de vindplaats bepalen de samenstelling van de mineralen en daarmee de smaak.
Naast onderaardse bronnen die voor exploitatie moeten worden aangeboord, bestaan veel natuurlijke bronnen. Bijvoorbeeld in bergachtige gebieden zakt regen in de grond en stuit op een moeilijk doordringbare laag, sijpelt daaroverheen schuin naar beneden naar de rand van een berg of heuvel.